ECLI:NL:RBZWB:2023:6449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken dividendbelasting wegens ontbreken dividendnota’s
Belanghebbende heeft beroep aangetekend tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2005 tot en met 2011. De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om de beroepen nader te motiveren naar aanleiding van relevante arresten van de Hoge Raad. Tijdens de zitting op 20 juni 2023 is namens belanghebbende niemand verschenen.
De kern van het geschil betreft het ontbreken van dividendnota’s die aantonen dat Nederlandse dividendbelasting is ingehouden. De rechtbank oordeelt dat zonder deze nota’s niet aannemelijk is gemaakt dat en hoeveel dividendbelasting is betaald. Daarom zijn de teruggaafverzoeken terecht door de inspecteur afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te toetsen of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling en verklaart de beroepen ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting zijn ongegrond verklaard.