ECLI:NL:RBZWB:2023:6671
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning te Tilburg, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op €663.000. Tegen deze waardebeschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde en de aanslag te hoog zijn vastgesteld. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €595.000 voor, maar de rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing heeft gegeven, onder meer met een vergelijkingsmethode en referentiewoningen. Ook is het motiveringsbeginsel niet geschonden en is voldaan aan de informatieplicht uit artikel 40 Wet Pro WOZ.
Verder is vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep de redelijke termijn van 24 maanden heeft overschreden met 6 maanden. Daarom kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €50 toe aan belanghebbende. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €418,50 en het griffierecht van €49 wordt vergoed door de Minister.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarde en aanslag, en veroordeelt de Minister tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van €50 wegens overschrijding redelijke termijn.