Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 12 september 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser trad op 7 maart 2022 in dienst bij de gedaagde werkgever als hulp monteur voor 40 uur per week tegen een vastgesteld loon. Op 10 april 2023 heeft eiser de arbeidsovereenkomst schriftelijk opgezegd, waarbij de opzegtermijn in onderling overleg werd laten vervallen.
Eiser vordert betaling van achterstallig loon over de periode 1 april tot 10 april 2023, het bruto equivalent van duurzame inzetbaarheid, vakantiedagen en vakantiebijslag, alsmede de wettelijke verhoging, rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Daarom worden alle gevorderde bedragen toegewezen, inclusief de wettelijke verhoging en rente. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van het gevorderde loon, vakantiebijslag, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten.