Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 15 september 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser01]
- de pleitnota van [gedaagde01] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werkneemster trad in december 2021 in dienst en werd in juli 2023 onverwachts medegedeeld dat haar functie zou vervallen. Zij werd per 10 juli 2023 op non-actief gesteld en afgesloten van het netwerk, terwijl de werkgever een ontslagaanvraag bij het UWV had ingediend wegens bedrijfseconomische redenen.
De werkneemster vorderde in kort geding haar onmiddellijke wedertewerkstelling, toegang tot haar digitale werkomgeving en rectificatie van een interne mededeling over haar vertrek. De werkgever voerde aan dat de non-actiefstelling noodzakelijk was in afwachting van de UWV-procedure en dat haar functie was komen te vervallen.
De kantonrechter oordeelde dat de non-actiefstelling een ingrijpende maatregel is die slechts geoorloofd is bij zwaarwegende redenen, welke hier ontbraken. Er was geen gegronde vrees voor misbruik van vertrouwelijke gegevens en de werkgever had onvoldoende rekening gehouden met het belang van de werkneemster.
De vordering tot wedertewerkstelling en toegang tot de digitale omgeving werd toegewezen, evenals de rectificatie. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en dwangsommen bij niet-naleving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkneemster wordt binnen 24 uur wedertewerkgesteld en krijgt toegang tot haar digitale werkomgeving; werkgever wordt veroordeeld tot rectificatie en proceskosten.