ECLI:NL:RBZWB:2023:6787
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdige beslissing op bezwaar Wmo persoonsgebonden budget
Eiseres had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van Breda op haar bezwaar tegen de toekenning van een persoonsgebonden budget op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na het instellen van het beroep werd eiseres bekend met het besluit op bezwaar, dat het college op 15 juni 2023 had genomen, maar aanvankelijk niet correct had verzonden vanwege ontbrekende adressering.
De rechtbank oordeelde dat het college het besluit op bezwaar niet tijdig en correct had verzonden, waardoor eiseres het besluit pas op 21 juni 2023 ontving. Dit betekende dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk was, omdat het college alsnog aan haar verplichting had voldaan.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van het griffierecht van €50,- en proceskosten van €418,50 aan eiseres, omdat het beroep grotendeels ging over de vraag of de beslistermijn was overschreden. Vergoeding van kosten van de bezwaarprocedure werd afgewezen omdat het besluit op bezwaar niet was herroepen.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier M.R. Jouvenaar op 26 september 2023 en zonder zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.