ECLI:NL:RBZWB:2023:6882
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen kennisgeving kostenvergoeding en rente in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de kennisgeving van kostenvergoeding en toegekende wettelijke rente door de inspecteur, welke was gebaseerd op een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving geen voor bezwaar vatbare beschikking is, omdat de wettelijke rente niet op belastingwetgeving maar op artikel 6:119 BW Pro is gebaseerd.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is er geen verplichting tot het houden van een hoorgesprek, noch op grond van nationale wetgeving noch Unierecht. Belanghebbende kan het geschil voorleggen aan de burgerlijke rechter.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat belanghebbende niet bezwaargerechtigd is en het financiële belang gering is (€2 rentevergoeding). De rechtbank constateert wel de overschrijding van de redelijke termijn.
De inspecteur verzocht om proceskostenvergoeding wegens onredelijk gebruik van procesrecht, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat de opgevoerde kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen en de zaak zonder zitting is behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving kostenvergoeding en rente is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.