ECLI:NL:RBZWB:2023:6976
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen DNA-afname en verwerking op grond van Wet DNA
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA, stellende dat bijzondere omstandigheden en privacyoverwegingen dit onnodig maken. Hij voert aan dat er geen recidivegevaar is en dat zijn privacy ernstig wordt geschonden, wat ook het gelijkheidsbeginsel raakt.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk behandeld en vastgesteld dat het misdrijf waarvoor de veroordeelde is veroordeeld voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname. De persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde vormen geen bijzondere uitzonderingsgrond zoals bedoeld in de Wet DNA. De rechtbank overweegt dat de Wet DNA een proportionele en wettelijk voorziene inmenging in de persoonlijke levenssfeer betreft, die gerechtvaardigd is voor het voorkomen en opsporen van strafbare feiten.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die het verplicht stellen van DNA-onderzoek bij veroordeelden van ernstige strafbare feiten rechtvaardigt. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.