ECLI:NL:RBZWB:2023:703
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wegingsfactor kostenvergoeding bezwaarfase aanmaningskosten inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €17 voor de aanslag inkomstenbelasting 2016. De ontvanger verklaarde het bezwaar gegrond en schrapte de kosten, maar kende een kostenvergoeding toe met een wegingsfactor van 0,25. Belanghebbende was het hier niet mee eens en stelde dat een hogere wegingsfactor van 1 toegepast had moeten worden, onder verwijzing naar jurisprudentie en vermeende willekeur.
De rechtbank oordeelde dat de ontvanger terecht een wegingsfactor van 0,25 hanteerde, omdat het bezwaar slechts een verwijzing naar een verzoek om uitstel betrof en de zaak daardoor zeer licht van aard was. De rechtbank verwierp het beroep op het arrest van de Hoge Raad 2019 en het gelijkheidsbeginsel, omdat elke zaak op zichzelf beoordeeld moet worden en er geen bewijs was van onrechtmatige afwijking in vergelijkbare zaken.
Belanghebbende verscheen niet op de zitting, ondanks tijdige uitnodiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de toegekende kostenvergoeding en wees de terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de wegingsfactor van 0,25 voor de kostenvergoeding en verklaart het beroep ongegrond.