Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €7 die door de Ontvanger in rekening waren gebracht. De Ontvanger vernietigde deze beschikking, maar besloot niet over de vergoeding van kosten voor rechtsbijstand door een derde.
In hoger beroep oordeelde het hof dat belanghebbende recht had op vergoeding van kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, maar paste een wegingsfactor van 0,25 toe omdat het geschil beperkt was tot kostenvergoeding. Belanghebbende stelde dat ook de rechtmatigheid van de aanmaningskosten in bezwaar aan de orde was, waardoor de wegingsfactor onjuist was.
De Hoge Raad gaf belanghebbende gelijk en vernietigde het hofarrest voor zover het de proceskosten betreft. De vergoeding voor de bezwaarfase werd vastgesteld op €254. Tevens werden de Staatssecretaris en de Ontvanger veroordeeld in de proceskosten van respectievelijk cassatie en bezwaar, waaronder griffierecht en kosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Hoge Raad stelt proceskostenvergoeding voor bezwaarfase vast op €254 en veroordeelt Staatssecretaris en Ontvanger in proceskosten.