Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser,
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser ontving sinds april 2019 een bijstandsuitkering en had vanaf september 2020 een nulurencontract als automonteur bij een autobedrijf. Het college introk de bijstand over december 2020 omdat eiser werkzaamheden bij het autobedrijf niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
De rechtbank overweegt dat aanwezigheid tijdens reguliere uren op een werkplek vermoedt dat er arbeid is verricht, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Eiser heeft erkend op twee dagen te hebben gewerkt, maar niet op andere dagen waarop zijn auto werd gezien. Hij kon niet aannemelijk maken dat hij op die dagen niet aanwezig was.
De rechtbank stelt dat het verrichten van op geld waardeerbare arbeid relevant is voor het recht op bijstand, ongeacht of er daadwerkelijk loon is ontvangen. Eiser heeft geen verifieerbare gegevens over omvang en beloning van zijn werkzaamheden verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Het college was daarom terecht gehouden de bijstand over december 2020 in te trekken. Het beroep is ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering over december 2020 is bevestigd.