Eiseres, Stichting het Cuypersgenootschap, verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge om vijf onroerende zaken in de gemeenten Halderberge en [plaats 2] als gemeentelijk monument aan te wijzen. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af bij besluit van 14 mei 2020. Na bezwaar en een nieuw besluit van 2 maart 2021, dat door de rechtbank werd vernietigd wegens motiveringsgebrek, nam het college op 19 juli 2022 opnieuw een besluit tot afwijzing. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat het college het besluit pas in beroep voldoende had gemotiveerd, maar dat het besluit formeel nog steeds een motiveringsgebrek vertoonde. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit, maar liet met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Dit betekent dat de inhoudelijke afwijzing van het verzoek om aanwijzing als gemeentelijk monument gehandhaafd blijft.
De rechtbank overwoog dat het college beoordelingsruimte heeft bij de monumentale waardebepaling en belangenafweging, waarbij het belang van herbestemming en woningbouw zwaar weegt. Eiseres had onvoldoende tegenbewijs geleverd, zoals een contra-rapportage. Het college had bovendien beleidsmatig besloten geen nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen voor jonge bouwkunst, mede vanwege woningbouwplannen. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.