ECLI:NL:RBZWB:2023:7419
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij uitbreiding aandelenbelang in houdster-BV
Belanghebbende kreeg op 3 juli 2019 een schenking van certificaten van aandelen die 10% van het aandelenkapitaal in een houdster-BV vertegenwoordigen. Deze houdster-BV hield belangen in drie andere BV’s die materiële ondernemingen drijven. De inspecteur legde een aanslag schenkbelasting op en wees de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) af voor het deel van het aandelenbelang dat minder dan vijf jaar voor de schenking was verworven.
Belanghebbende voerde aan dat de BOR wel van toepassing is op de gehele schenking, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad uit 2020 en de systematiek van de Successiewet. De inspecteur stelde dat de uitbreiding van het aandelenbelang een nieuwe bezitstermijn startte, waardoor niet aan de vijfjaarstermijn werd voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de BOR niet van toepassing is op de uitbreidingen van het aandelenbelang in de dochter-BV’s die minder dan vijf jaar voor de schenking plaatsvonden. Het arrest van de Hoge Raad uit 2020 betrof een andere situatie, namelijk een wijziging in het ondernemingsvermogen en niet een vergroting van het aandelenbezit. Ook de participatieovereenkomst die een optierecht bevatte, bood geen grond voor toepassing van de BOR.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees teruggaaf van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag schenkbelasting blijft in stand.