ECLI:NL:RBZWB:2023:7421
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij uitbreiding aandelenbelang binnen vijfjaarstermijn
Belanghebbende heeft op 3 juli 2019 van haar vader een schenking ontvangen van certificaten van aandelen in een houdstermaatschappij (Beheer) die een belang heeft in drie dochter-BV's. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) werd geclaimd voor de schenkbelasting. De inspecteur stelde dat de BOR niet geldt voor de uitbreiding van het aandelenbelang in twee dochtermaatschappijen binnen vijf jaar voorafgaand aan de schenking.
De rechtbank beoordeelde of de vijfjaarseis van artikel 35d SW was voldaan. Uit feiten blijkt dat Beheer vijf jaar voor de schenking gerechtigd was tot een deel van de ondernemingen van de dochter-BV's, maar dat het aandelenbelang in de vijf jaar voorafgaand aan de schenking was uitgebreid. Voor die uitbreiding was de BOR niet van toepassing omdat de gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen niet de vereiste vijf jaar bestond.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2020 anders zou uitwijzen. Dat arrest betrof de vergroting van het ondernemingsvermogen zelf, niet de vergroting van de gerechtigdheid daartoe. Ook het beroep op een optierecht uit een participatieovereenkomst uit 2010 werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van vervulling van de opschortende voorwaarde.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, de aanslag schenkbelasting bleef in stand en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing is op de aandelenuitbreiding binnen vijf jaar.