ECLI:NL:RBZWB:2023:7498
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning in Tilburg waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op €291.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2023 behandeld.
De rechtbank heeft de waardebepaling getoetst aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving zijn gebruikt. Belanghebbende stelde dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar waren vanwege ouderdom en verschillen in woningtype, maar de heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de gekozen referentiewoningen, waaronder een hoekwoning zonder zij-tuin, voldoende vergelijkbaar zijn. Ook de toegepaste indexeringen werden als geloofwaardig beoordeeld.
Belanghebbende voerde aan dat waarde-drukkende factoren onvoldoende waren meegenomen, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en daarmee ook de aanslag OZB gehandhaafd blijft.
Daarnaast heeft belanghebbende een vergoeding gevorderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde een overschrijding van circa acht maanden en kende een immateriële schadevergoeding van €100 toe, waarvan de heffingsambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid respectievelijk €25 en €75 moeten betalen. Tevens werden proceskosten en griffierechten verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Minister.
Het beroep is ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een beperkte vergoeding voor de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.