ECLI:NL:RBZWB:2023:7500
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning Goirle
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning te Goirle waarvan de WOZ-waarde op 1 januari 2020 is vastgesteld op €335.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat de informatievoorziening in bezwaar niet volledig was, met name inzake indexeringscijfers en objectkenmerken. De rechtbank oordeelde dat de informatievoorziening voldoende was en dat belanghebbende niet tijdig en gemotiveerd had gesteld dat stukken ontbraken. De waardebepaling is getoetst aan de hand van de vergelijkingsmethode waarbij referentiewoningen zijn gebruikt. De rechtbank vond de onderbouwing van de heffingsambtenaar aannemelijk en verwierp de stellingen van belanghebbende over onvoldoende vergelijkbaarheid en waarde drukkende factoren.
Verder erkende de rechtbank dat de redelijke termijn voor behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden met ongeveer acht maanden. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend, waarvan €25 voor rekening van de heffingsambtenaar en €75 voor de Minister. Ook werd proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht verdeeld over beide partijen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de WOZ-waarde en OZB-aanslag gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard, met toekenning van beperkte schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.