ECLI:NL:RBZWB:2023:7936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns wegens voorhanden hebben sigaretten zonder accijnszegel
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns van €13.763 wegens het voorhanden hebben van 75.800 sigaretten zonder accijnszegel in zijn woning en schuur. De inspecteur stelde dat belanghebbende feitelijke beschikkingsmacht had over de sigaretten, wat leidde tot de naheffingsaanslag. Belanghebbende betwistte betrokkenheid bij de handel en stelde dat er sprake was van willekeur omdat ook anderen op het adres woonden.
De rechtbank oordeelde dat het voorhanden hebben van de sigaretten door belanghebbende vaststaat, aangezien hij toegang had tot de woning en schuur. Het ontbreken van wetenschap of betrokkenheid bij handel doet hieraan niet af. Ook werd geen sprake geacht van willekeur omdat de inspecteur discretionair kan bepalen aan wie een naheffingsaanslag wordt opgelegd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep met 69 maanden de redelijke termijn van 24 maanden aanzienlijk overschreed. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van €4.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de naheffingsaanslag en belastingrente in stand blijven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 november 2023.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt bevestigd, belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van €4.000 en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.