ECLI:NL:RBZWB:2023:816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit onderneming versus resultaat overige werkzaamheden in belastingzaak 2018
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, waarbij de inspecteur het behaalde negatieve inkomen uit de eenmanszaak en vennootschap onder firma (vof) aanmerkte als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) in plaats van winst uit onderneming (WUO).
De rechtbank beoordeelde of het motiveringsbeginsel was geschonden en of sprake was van winst uit onderneming. Hoewel belanghebbende en zijn zakenpartner veel uren besteedden aan het ontwikkelen en onderhouden van een website in de trouwbranche, was de omzet zeer beperkt en ontbrak het aan ondernemersrisico en omvangrijke investeringen.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de langdurige activiteiten en intensivering sinds 2017, onvoldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren om het negatieve inkomen als winst uit onderneming te kwalificeren. Het beroep werd ongegrond verklaard, de aanslag en belastingrente werden gehandhaafd en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2018 en belastingrente worden gehandhaafd.