ECLI:NL:RBZWB:2023:817
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van inkomsten uit vof-activiteiten als winst uit onderneming of resultaat overige werkzaamheden
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, waarbij de inspecteur het negatieve inkomen uit de vof-activiteiten aanmerkte als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) in plaats van winst uit onderneming. De rechtbank beoordeelde of de activiteiten van belanghebbende kwalificeren als onderneming in fiscale zin, waarbij factoren als duurzaamheid, omvang, omzet, ondernemersrisico en tijdsbesteding werden meegewogen.
Hoewel belanghebbende en haar vennoot veel tijd besteedden aan het ontwikkelen en onderhouden van een uitgebreide website voor de trouwbranche, bleken de commerciële resultaten beperkt en was het ondernemersrisico gering. De rechtbank vond dat de omstandigheden onvoldoende waren om de activiteiten als onderneming te kwalificeren, mede vanwege het ontbreken van omzet en investeringen.
De rechtbank concludeerde dat het behaalde negatieve inkomen terecht als ROW is aangemerkt en dat de aanslag IB/PVV en de belastingrentebeschikking gehandhaafd blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag IB/PVV en belastingrente over 2018.