Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
realistischeherkenning en niet een
te verwachtenherkenning.
“Ik reed schuin linksachter de vrachtwagen en ík zag dat de Volkswagen op dezelfde hoogte naast mij reed op de rechterrijbaan. Ik zag dat de bestuurder opzettelijk
Ik bemerkte dat net voor de vrachtwagen de Golf ineens scherp naar links stuurde richting mijn dienstauto. (…) Ik zag dat de witte Volkswagen Golf vervolgens net voor mijn dienstvoertuig scherp naar links stuurde en vervolgens zijn snelheid weer verhoogde”.De rechtbank constateert dat de door [slachtoffer 3] beschreven gedragingen van verdachte niet terugkomen in het verwijt dat verdachte in de tenlastelegging wordt gemaakt. Aan verdachte is namelijk ten laste gelegd dat hij met hoge snelheid meermalen hard heeft geremd, terwijl [slachtoffer 3] achter hem reed en/of dat hij [slachtoffer 3] heeft afgesneden, waardoor [slachtoffer 3] hard moest remmen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de gedachtestreepjes die in de tenlastelegging staan. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 12 maanden;