Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om het subsidiebedrag voor haar project in Benin vast te stellen op €299.650,- en om voorschotten ter hoogte van €299.850,- terug te vorderen. Het project betrof het winnen en verkopen van gefilterd zand met als doel duurzame economische ontwikkeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden van het verleningsbesluit, onder meer doordat zij niet tijdig de vereiste rapportages en bewijsstukken, zoals een tweede marktconformiteitscertificaat, heeft aangeleverd. Ondanks meerdere verlengingen en mogelijkheden om de check op afstand uit te voeren, heeft eiseres niet de benodigde informatie verstrekt. Ook de omstandigheden zoals de coronacrisis en conflicten met lokale partners vallen binnen haar risicosfeer.
Eiseres stelde dat de minister onterecht het subsidiebedrag had vastgesteld en dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had op uitstel en goedkeuring van de tweede conformiteitscheck. De rechtbank oordeelde dat er geen concrete toezeggingen waren gedaan en dat de minister niet verplicht was de bewijsstandaard te verlagen. De terugvordering van voorschotten werd eveneens als redelijk beoordeeld, waarbij eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij daardoor in financiële problemen zou komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de subsidievaststelling en de terugvordering, en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.