ECLI:NL:RBZWB:2023:8928
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €1.069, verminderd tot €1.031 door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de vaststelling van de historische nieuwprijs van een Mercedes-Benz GLC-klasse, de waardevermindering wegens schade en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. De historische nieuwprijs moet worden vastgesteld op basis van de referentieauto inclusief de bruto BPM, waarbij afwijkingen in CO2-uitstoot niet relevant zijn. De door belanghebbende gestelde schade van €6.276 werd niet aannemelijk gemaakt en betreft normale gebruiksschade die niet in mindering kan worden gebracht.
Belanghebbende kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel ten aanzien van eerdere uitlatingen van de Staatssecretaris. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan de helft voor rekening van de inspecteur en de helft voor de Minister van Justitie en Veiligheid komt. Tevens werden proceskosten en griffierechten deels toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM blijft in stand, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.