ECLI:NL:RBZWB:2023:8932
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en waardevermindering wegens schade en schadeverleden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.861, die na bezwaar werd verminderd tot €4.267. De kern van het geschil betrof de waardevermindering van een Volkswagen Tiguan door schade en schadeverleden. Belanghebbende stelde een hogere schadevergoeding te rechtvaardigen dan door de inspecteur erkend.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade hoger was dan door de inspecteur vastgesteld, mede omdat de schade grotendeels was hersteld bij aangifte. Daarnaast werd het beroep op het discriminatieverbod van artikel 110 VWEU Pro verworpen wegens gebrek aan bewijs van ongelijke behandeling.
Ook het beroep op een waardevermindering wegens schadeverleden faalde, omdat hiervoor geen concrete onderbouwing was geleverd. Wel kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, evenals een proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding ten laste van de Minister van Justitie en Veiligheid.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding aan belanghebbende.