ECLI:NL:RBZWB:2023:8933
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM van € 2.098 na registratie van een Mercedes-Benz GLC-klasse. De inspecteur stelde de aanslag vast op basis van een hertaxatie die een lagere schadewaarde aan de auto constateerde dan het taxatierapport van belanghebbende.
Belanghebbende voerde aan dat de door hem voorgestelde herleidingsmethode tot een lagere BPM-schuld leidt en dat meer schade in aanmerking genomen moet worden. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en oordeelt dat de herleidingsmethode niet toepasbaar is en dat de gestelde schade niet aannemelijk is, mede door het ontbreken van een inkoopfactuur en het feit dat de vermeende schade niet meer is dan normale gebruiksschade.
De rechtbank erkent wel dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met drie maanden en kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 500 toe aan belanghebbende, welke door de Minister van Justitie en Veiligheid moet worden betaald. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De naheffingsaanslag blijft onverminderd van kracht, het beroep wordt ongegrond verklaard en de Minister wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en kosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.