ECLI:NL:RBZWB:2023:8934
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, heeft een naheffingsaanslag BPM ontvangen van € 4.242 en een belastingrentebeschikking van € 28. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de door belanghebbende voorgestelde herleidingsmethode en waardevermindering wegens schade en schadeverleden terecht zijn afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De door belanghebbende bepleite herleidingsmethode wordt niet toegepast, conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast is geen waardevermindering wegens schade aannemelijk gemaakt, omdat de schade op het moment van aangifte reeds was hersteld. Ook de waardevermindering wegens schadeverleden is onvoldoende onderbouwd.
Wel kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn met drie maanden. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten (€ 209,25) en het griffierecht (€ 365). Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.