ECLI:NL:RBZWB:2023:9033
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1990 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €538.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld met de vergelijkingsmethode, gebruikmakend van referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en kenmerken vergelijkbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen passend zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen, zoals ligging en gebruiksoppervlakte. De door belanghebbende aangevoerde argumenten over verkeersdrukte en afwijkingen van de NEN 2580 norm leiden niet tot een lagere waardering.
Ook de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van voorgaande jaren en het gelijkheidsbeginsel bieden geen grond voor verlaging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €538.000 gehandhaafd.