ECLI:NL:RBZWB:2023:9227
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens te lang verblijf in buitenland
Eiser ontving een bijstandsuitkering van Orionis en verbleef van 17 november 2020 tot 13 januari 2021 in het buitenland, langer dan de wettelijk toegestane vier weken. Orionis trok de uitkering over de periode van 16 december 2020 tot en met 13 januari 2021 in vanwege het te lange verblijf.
Eiser voerde aan dat hij door overmacht, veroorzaakt door twee positieve PCR-tests en de coronapandemie, niet eerder kon terugkeren. Hij stelde dat het evenredigheidsbeginsel was geschonden en dat hij onredelijk financieel werd benadeeld.
De rechtbank oordeelde dat artikel 13 van Pro de Participatiewet een dwingende bepaling is die geen ruimte laat voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. Ook was niet gebleken dat er sprake was van een acute noodsituatie zoals vereist voor toepassing van artikel 16 PW Pro. De coronapandemie vormde geen persoonlijke noodsituatie en eiser had onvoldoende onderbouwd dat hij zonder bijstand ernstige gevolgen zou ondervinden.
Daarom was de intrekking van de uitkering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens te lang verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen.