ECLI:NL:RBZWB:2024:1328
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid Urgentiecommissie woningcorporaties in woonruimteverdeling
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het beleid van woningcorporaties omtrent urgentie bij woonruimteverdeling, waarbij de rechtbank zich eerder onbevoegd had verklaard omdat geen sprake was van een bestuursorgaan. In het verzet betoogt opposante dat de Urgentiecommissie wel als bestuursorgaan moet worden aangemerkt vanwege de zeggenschap van de gemeente Breda.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente weliswaar regels stelt over de woningvoorraad, maar geen beslissende zeggenschap heeft over de woonruimteverdeling en urgentie. De Doelgroepenverordening en gebiedsprofielen betreffen de woningvoorraad, niet de urgentie. Hierdoor is de Urgentiecommissie geen bestuursorgaan in de zin van de Awb.
Daarnaast wordt het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat landelijke verschillen inherent zijn aan de bevoegdheid van gemeenten om voorrangsverklaringen te regelen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de rechtbank blijft onbevoegd omdat de Urgentiecommissie geen bestuursorgaan is.