ECLI:NL:RVS:2023:392
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijke bevoegdheid urgentiecommissie en Commissie woningcorporaties
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen de afwijzing van een urgentieaanvraag voor een voorrangsverklaring.
Appellant woonde bij zijn ouders en wilde een eigen woning om een beter bestaan op te bouwen met zijn kinderen. De urgentiecommissie en de Commissie, beide privaatrechtelijke organen van vijf woningcorporaties, wezen zijn aanvraag en bezwaar af. De rechtbank oordeelde dat de Commissie geen bestuursorgaan is en dat de afwijzing geen besluit in de zin van de Awb betreft.
Appellant voerde aan dat de Commissie wel bestuursorgaan is vanwege het openbaar gezag en de sturing door de gemeente. De Raad van State overweegt dat de Commissie en urgentiecommissie geen publiekrechtelijke bevoegdheid hebben, geen orgaan zijn van een publiekrechtelijke rechtspersoon en geen openbaar gezag bezitten. De gemeente stuurt de woningcorporaties niet over de verdeling van woonruimte, maar maakt alleen prestatieafspraken over woningvoorraad.
De Afdeling bevestigt dat de Commissie geen bestuursorgaan is en dat de afwijzing van de urgentieaanvraag geen bestuursrechtelijk besluit is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de Commissie geen bestuursorgaan is en verklaart het hoger beroep ongegrond.