ECLI:NL:RVS:2023:1127
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake urgentie sociale huurwoning
Appellanten hebben urgentie voor een sociale huurwoning in de regio 's-Hertogenbosch aangevraagd, welke door de Toetsingscommissie urgentie en later door de Beroepscommissie afgewezen werd. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze beslissing, omdat de Beroepscommissie geen bestuursorgaan is.
Appellanten stelden dat de gemeente wel betrokken was bij de besluitvorming en dat de Beroepscommissie daarom wel als bestuursorgaan moest worden aangemerkt. Zij verwezen naar het Sociaal Woonakkoord en prestatieafspraken waarin de gemeente een rol speelt in woonruimteverdeling. De Afdeling oordeelde echter dat er geen wettelijk voorschrift is dat de Beroepscommissie openbaar gezag toekent, en dat het verlenen van urgentie geen op geld waardeerbare voorziening is. Ook is de gemeente niet beslissend betrokken bij de besluitvorming over urgentie.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare organen van privaatrechtelijke rechtspersonen niet als bestuursorgaan werden aangemerkt. Ook internationale en grondwettelijke bepalingen over het recht op huisvesting bieden geen directe toetsingsgrond voor de rechter. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.