ECLI:NL:RBZWB:2024:1354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na beoordeling historische nieuwprijs en schade
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 11.873 en de daarbij behorende belastingrente. De rechtbank beoordeelde de juistheid van de aanslag, waarbij het geschil zich richtte op het vertrouwensbeginsel, de historische nieuwprijs, handelsinkoopwaarde en waardevermindering door schade en schadeverleden.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de inspecteur binnen de wettelijke termijn handelde en er geen uitlatingen waren die vertrouwen wekten. De historische nieuwprijs werd vastgesteld op € 124.973, waarbij de rechtbank het standpunt van belanghebbende volgde dat de netto catalogusprijs van een referentieauto gebruikt mocht worden.
De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat werd vastgesteld op € 33.571, gebaseerd op de koerslijst van Xray. De rechtbank vond het marktonderzoek van belanghebbende onvoldoende onderbouwd. Voor de waardevermindering wegens schade erkende de rechtbank een bedrag van € 6.366, maar wees een hoger bedrag en het beroep op interne compensatie af. Een waardevermindering wegens schadeverleden werd niet toegewezen vanwege gebrek aan bewijs.
De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 10.459 en de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig vastgesteld. Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 10.459 en de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig vastgesteld; daarnaast wordt immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend.