ECLI:NL:RBZWB:2024:1355
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en waardevermindering door schade bij Audi Q5
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €6.295, die na bezwaar is verminderd tot €5.242. De kern van het geschil betreft de vaststelling van de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat en de waardevermindering wegens schade aan een Audi Q5.
De rechtbank beoordeelt dat de door belanghebbende aangevoerde handelsinkoopwaarde op basis van marktonderzoek onvoldoende is onderbouwd, met name ontbreekt een motivering van de handelsinkoopmarge en vergelijkbaarheid van referentieauto's. Ook de stelling dat de laagste waarde van referentievoertuigen moet gelden, wordt verworpen.
Ten aanzien van de schade stelt de rechtbank dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van waardevermindering door schade. Het taxatierapport van de inspecteur constateert geen relevante schade, en het door belanghebbende overgelegde bewijs is onvoldoende overtuigend.
De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en niet te hoog is, en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM bevestigd.