ECLI:NL:RBZWB:2024:1722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid harddrugs
Verzoeker huurt een appartement dat door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor een maand werd gesloten wegens de vondst van 42 gram cocaïne, ruim boven de grens voor handelshoeveelheid. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om opschorting van de sluiting.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek en constateerde dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting, gezien de hoeveelheid drugs en eerdere antecedenten. De burgemeester had ook een maatwerkregeling geprobeerd, maar de woningstichting werkte niet mee.
Toch vond de voorzieningenrechter dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd dat sluiting noodzakelijk was, vooral omdat verzoeker psychisch kwetsbaar is en begeleiding krijgt. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de grote gevolgen van sluiting, waaronder het risico op ontbinding van de huurovereenkomst en verslechtering van de psychische toestand.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de sluiting geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.