ECLI:NL:RVS:2023:4117
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs en recidive
De burgemeester van Zandvoort sloot de woning van appellant voor 12 maanden op grond van spoedeisende bestuursdwang wegens handel in harddrugs. Dit volgde op een anonieme melding en een politieonderzoek waarbij onder meer 125 MDMA-pillen en andere drugs werden aangetroffen. Appellant was bekend bij de politie vanwege eerdere drugszaken en andere strafbare feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de sluiting ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de burgemeester niet bevoegd was omdat de exacte hoeveelheid MDMA-pillen en het gewicht niet vaststonden en dat de recidive ten tijde van de sluiting nog niet bekend was. Ook voerde appellant aan dat de sluiting niet noodzakelijk noch evenredig was, omdat er geen overlast was en hij slechts licht verwijtbaar had gehandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b Opiumwet, omdat de aangetroffen hoeveelheid drugs ruim boven de grens van 0,5 gram lag en er sprake was van handelshoeveelheden. De recidive was bekend bij de burgemeester ten tijde van de sluiting. De sluiting was noodzakelijk vanwege de ernst van de situatie en evenredig gelet op de recidive en de hoeveelheid drugs. De omstandigheden van appellant, zoals dakloosheid en verlies van uitkering, wogen niet zwaarder dan het belang van de maatregel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; sluiting woning voor 12 maanden bevestigd.