ECLI:NL:RBZWB:2024:1835
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning te Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Middelburg, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €236.000 per 1 januari 2021. Hij stelde dat de waarde te hoog was en dat hij niet alle relevante stukken in de bezwaarfase had ontvangen, waaronder iWOZ-rapportages. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar wel het taxatieverslag en een taxatiekaart had verstrekt en dat de iWOZ-gegevens niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren, tenzij onjuistheid wordt aangetoond, wat niet het geval was.
De waarde was bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. De rechtbank vond de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en oordeelde dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening had gehouden met verschillen, zoals door toepassing van een factor 4 voor doelmatigheid bij hoekwoningen. Belanghebbende kon dit niet weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022 gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus op 15 maart 2024 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €236.000 wordt ongegrond verklaard.