ECLI:NL:RBZWB:2024:2191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vermindert box 3-heffing en kent rentevergoeding toe wegens strijd met artikel 1 EP
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, specifiek tegen de box 3-heffing. De inspecteur had de box 3-heffing verlaagd op basis van het Kerstarrest van de Hoge Raad en het Besluit rechtsherstel box 3, maar belanghebbende vond dit onvoldoende rechtsherstel.
De rechtbank oordeelde dat de Wet rechtsherstel box 3 nog steeds geen redelijke verhouding biedt tussen de belangen van de wetgever en de ongelijkheid die het forfaitaire stelsel veroorzaakt. Dit leidt tot een schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM in samenhang met artikel 14 EVRM Pro. De rechtbank stelde daarom het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vast op nihil, omdat het werkelijk behaalde rendement negatief was.
Daarnaast kende de rechtbank op grond van artikel 13 EVRM Pro een rentevergoeding toe over de periode dat belanghebbende onterecht belasting had betaald. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderd de aanslag en veroordeelde de inspecteur tot betaling van wettelijke rente en vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is onherroepelijk tenzij binnen zes weken hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De box 3-heffing wordt verminderd naar nihil en belanghebbende krijgt een vergoeding van wettelijke rente toegekend.