ECLI:NL:RBZWB:2024:221
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.817 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste bepaling van de historische nieuwprijs voor afschrijving en de waardevermindering wegens schade aan een Dodge Charger. De rechtbank oordeelde dat de afschrijving op basis van de historische nieuwprijs moest worden berekend conform het arrest van de Hoge Raad van december 2023, wat leidde tot een vermindering van de aanslag met €120.
Ten aanzien van de schade stelde belanghebbende een hogere waardevermindering dan de inspecteur vast, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat deze schade op het moment van aangifte aanwezig was. Normale gebruiksschade werd uitgesloten van waardevermindering. De naheffingsaanslag werd daarom niet verder verminderd op basis van schade.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met twee maanden. De rechtbank wees het standpunt van de inspecteur af dat de vergoeding aan de gemachtigde toekwam en kende €500 toe, te betalen door de Staat. Tevens werd belanghebbende in het gelijk gesteld wat betreft griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.697 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.