ECLI:NL:RBZWB:2024:222
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste handelsinkoopwaarde en immateriële schadevergoeding
Belanghebbende had een naheffingsaanslag BPM ontvangen van €7.776, welke zij betwistte. De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van de CO2-uitstoot, de handelsinkoopwaarde van het voertuig in onbeschadigde staat en de waardevermindering wegens schade. Tevens werd een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de CO2-uitstoot correct was vastgesteld op basis van Duitse keuringsgegevens, en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto uit Canada was geïmporteerd. De rechtbank stelde vast dat de handelsinkoopwaarde op basis van een koerslijst van een vergelijkbare Cadillac CTS correct was vastgesteld op €18.369, en dat de door belanghebbende opgevoerde schade niet meer was dan normale gebruiksschade, die niet in mindering kon worden gebracht.
De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot €6.786. Verder werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is onherroepelijk tenzij binnen zes weken hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €6.786 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.