ECLI:NL:RBZWB:2024:224
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €12.429 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste bepaling van de historische bruto BPM, de historische nieuwprijs en de waardevermindering wegens schade en schadeverleden aan een BMW X3.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat artikel 110 VWEU Pro van toepassing was, waardoor de inspecteur terecht uitging van een historische bruto BPM van €65.415. Wel werd geoordeeld dat de afschrijving op basis van de historische nieuwprijs van het referentievoertuig moest worden berekend, wat leidde tot vermindering van de naheffingsaanslag tot €7.817.
Verder werd geconcludeerd dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor een hogere waardevermindering wegens schade of schadeverleden dan door de inspecteur erkend. Ten slotte kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €500 toe vanwege overschrijding van de redelijke termijn, welke voor rekening van de Staat komt.
De uitspraak vernietigt het bezwaar van de inspecteur, vermindert de naheffingsaanslag, en veroordeelt de Staat tot betaling van de immateriële schadevergoeding en de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €7.817 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.