Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De verdere procedure
- de mondelinge behandeling op 14 november 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Hierna is vonnis bepaald.
2.De verdere beoordeling
Als de in het ongelijk gestelde partij zal hij worden veroordeeld in de proceskosten van Hef Wonen. Die kosten worden vastgesteld op het bedrag van € 597,00 (3 punten van € 199,00 per punt) aan salaris gemachtigde. De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat Hef Wonen daarom heeft gevraagd.
3.De beslissing
€ 597,00;
10 januari 2024.