ECLI:NL:RBZWB:2024:2437
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toepassing herleidingsmethode
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 19.955 opgelegd door de inspecteur, die de belasting op een Audi RS6 Avant verhoogde na een hertaxatie door Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Belanghebbende stelde dat de herleidingsmethode niet toegepast mocht worden en had aanvankelijk bezwaren over oproepingstermijn, nieuwprijs en handelsinkoopwaarde, maar trok deze in.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2024 behandeld en beoordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en een conclusie van de A-G ter onderbouwing van haar oordeel dat de herleidingsmethode correct is toegepast.
Daarnaast verzocht belanghebbende om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank oordeelt dat de termijn van twee jaar niet is overschreden, omdat het bezwaar op 15 april 2022 werd ontvangen en de uitspraak op 12 april 2024 is gedaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand, en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.