Eiseres heeft op 6 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvraag beslist, waarna eiseres op 14 april 2022 een ingebrekestelling heeft gestuurd. Omdat ook na deze ingebrekestelling geen besluit is genomen, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is wegens overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst/Toeslagen binnen een redelijke termijn alsnog een besluit moet nemen. Gezien het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van negen weken voor het verzenden van een vooraankondiging redelijk, gevolgd door een termijn van twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze voor het nemen van het definitieve besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijnen, met een maximum van €15.000. De Belastingdienst/Toeslagen wordt tevens verplicht het griffierecht van €51 aan eiseres te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 april 2024.