Eiseres heeft op 20 mei 2022 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van haar WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Nadat eiseres het UWV op 11 augustus 2023 schriftelijk in gebreke stelde, verstreken twee weken zonder dat het UWV een besluit nam. Daarom stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Hoewel de wettelijke termijn twee weken bedraagt, acht de rechtbank een langere termijn van vier maanden redelijk vanwege de achterstanden bij het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van € 371,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 april 2024. Hiermee wordt het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV vernietigd en wordt het UWV opgedragen alsnog binnen vier maanden een besluit te nemen.