ECLI:NL:RBZWB:2024:2669
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om smartengeld wegens verjaring bij PTSS na dienstongeval
Eiseres, sinds 1986 werkzaam bij de politie, leed aan PTSS na een wapenincident in 1999. Haar verzoek om erkenning van PTSS als beroepsziekte werd aanvankelijk afgewezen. Later werd PTSS erkend, maar haar verzoek om smartengeld werd door de korpschef afgewezen wegens verjaring.
De kern van het geschil was het moment waarop de verjaringstermijn begon te lopen. De korpschef stelde dat dit in 2011 was, bij de eerste diagnose, terwijl eiseres betoogde dat dit pas in 2019 was, na een psychose in 2016 waarbij het incident van 1999 voor het eerst problematisch naar voren kwam.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef onvoldoende objectief bewijs had om te concluderen dat eiseres al in 2011 wist dat haar PTSS mede door het incident van 1999 was veroorzaakt. Ook waren de verklaringen van eiseres uit 2019 met terughoudendheid te wegen. De verjaringstermijn begon daarom niet in 2011, maar pas na 2016.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de korpschef opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen. Tevens werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de korpschef opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen.