ECLI:NL:RBZWB:2024:2999
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen bestuursrechtelijke dwangsom en machtigingskwesties bij omgevingsvergunning minicamping
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft twee verzetsprocedures tegen een eerdere uitspraak van 26 oktober 2023 over een omgevingsvergunning voor een minicamping op een perceel in een plaats in Nederland.
Het verzet van opposant 1 werd ongegrond verklaard omdat hij geen geldige machtigingen had overgelegd die hem bevoegd maakten om namens betrokkenen beroep in te stellen. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde machtigingen te algemeen waren en niet tot het aanwenden van rechtsmiddelen bevoegdden.
Het verzet van opposant 2 werd gegrond verklaard omdat het college ten onrechte een bestuurlijke dwangsom van maximaal €1.442 aan eiser 2 had opgelegd, terwijl eiser 2 geen belanghebbende was bij het besluit. De rechtbank stelde vast dat het college inmiddels alsnog een beslissing op bezwaar had genomen, waardoor het beroep van eiser 2 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank veroordeelde het college tot betaling van proceskosten aan eiser 2 en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheden van hoger beroep.
Uitkomst: Verzet van opposant 1 ongegrond verklaard, verzet van opposant 2 gegrond verklaard en beroep van eiser 2 ongegrond verklaard na alsnog genomen besluit.