ECLI:NL:RBZWB:2024:3138
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete motorrijtuigenbelasting bij gebruik openbare weg tijdens schorsing
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvan het kenteken tussen 5 mei 2021 en 8 mei 2022 geschorst was. Op 3 november 2021 werd vastgesteld dat de auto tijdens deze schorsingsperiode toch op de openbare weg werd gebruikt. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete op.
Belanghebbende betwistte de naheffingsaanslag en boete, maar de rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd omdat het houden van het kenteken belast is en gebruik van de openbare weg tijdens schorsing naheffing rechtvaardigt. De rechtbank wees ook het beroep op billijkheid af, omdat zij niet bevoegd is om de wet op dat punt te toetsen.
De boete werd wel verminderd van 100% naar 50% van de nageheven belasting, conform het gewijzigde Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst per 1 juli 2023. De rechtbank vond dat belanghebbende niet alle zorg had betracht om het beboetbare feit te voorkomen, maar matigde de boete vanwege de gewijzigde regelgeving. Tevens constateerde de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn, maar achtte dit voldoende gecompenseerd.
De uitspraak op bezwaar betreffende de boete werd vernietigd en de boete verlaagd tot €109,50. Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard. Belanghebbende kreeg het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt bevestigd, de boete wordt verminderd tot €109,50.