ECLI:NL:RBZWB:2024:3271
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting 2018 wegens niet-bestaande winstuitdeling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018, waarbij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang was vastgesteld op basis van een vermeende winstuitdeling van een Cypriotische vennootschap. De inspecteur had deze aanslag verminderd na bezwaar, maar de vermeende winstuitdeling bleef onderdeel van de aanslag.
Tijdens de zitting op 4 april 2024 hebben partijen afgesproken dat de vermeende winstuitdeling niet in 2018 heeft plaatsgevonden, waardoor dit onderdeel uit de procedure werd genomen. De rechtbank besloot daarom de aanslag en de belastingrente dienovereenkomstig te verminderen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.397 en een nihil belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende, waarbij de proceskostenvergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2018 en de belastingrente worden verminderd wegens het niet plaatsvinden van de vermeende winstuitdeling.