ECLI:NL:RBZWB:2024:329
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingaanslag 2019 loon uit dienstbetrekking terecht vastgesteld ondanks betwisting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2019, waarin loon uit dienstbetrekking van € 18.244 was opgenomen. Hij stelde dat hij geen loon had genoten en slechts in de salarisadministratie was opgenomen voor AOW-opbouw.
De inspecteur had de aanslag aanvankelijk vastgesteld op een belastbaar inkomen van € 29.413, maar tijdens de beroepsprocedure ambtshalve verminderd vanwege een hogere aftrek voor elders belast inkomen. De rechtbank beoordeelde of het loon terecht was vastgesteld aan de hand van de feiten en de toepasselijke wetgeving.
Uit de loonheffingen, afdracht van loonheffing door de vennootschap en correspondentie bleek dat belanghebbende een 40-urige werkweek had en het loon fiscaal was genoten. Het enkele feit dat het netto-equivalent mogelijk niet was ontvangen, deed hieraan niet af. Ook was er geen grond om het loon als negatief resultaat uit overige werkzaamheden te beschouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege de ambtshalve vermindering door de inspecteur, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de aanslag vast op het verminderde bedrag. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2019 is terecht vastgesteld na ambtshalve vermindering; beroep gegrond verklaard.