Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van de bestreden besluiten
- op 27 mei 2020 dat het inkomen van de toeslagpartner is vastgesteld op € 219,-;
- op 10 maart 2021 dat het inkomen van hun zoon is vastgesteld op € 11.250;
- op 17 maart 2021 dat het inkomen van eiser is vastgesteld op € 11.169,-.
Beoordeling door de rechtbank
7.4. Dat het recht op huur- en zorgtoeslag definitief is berekend op een lager bedrag dan het voorschotbedrag is het gevolg van het afwijkend inkomensgegeven. In de wet is bepaald dat het recht op huur- en zorgtoeslag inkomensafhankelijk is. Niet is gebleken dat de Dienst Toeslagen enig ander (ongerechtvaardigd) onderscheid heeft gemaakt bij de berekening van eisers recht op toeslagen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluit I en II niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen de herziene bestreden besluit I en II ongegrond;
- bepaalt dat de Dienst Toeslagen het griffierecht in beide zaken van in totaal € 99,- aan eiser moet vergoeden.