ECLI:NL:RBZWB:2024:341
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing eigenwoningvrijstelling bij herroeping schenking en schenkingen in 2017
Belanghebbende ontving in 2009 een herroepelijke schenking van €22.760 van haar vader, waarvoor toen een eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling werd toegepast. In 2017 werd deze schenking herroepen en omgezet in een geldlening die vervolgens werd kwijtgescholden, waarna belanghebbende nogmaals een schenking ontving van €80.000. Voor deze schenkingen in 2017 werd een beroep gedaan op de eigenwoningvrijstelling.
De inspecteur paste de eigenwoningvrijstelling slechts gedeeltelijk toe, omdat de eenmalig verhoogde vrijstelling uit 2009 al was benut en de herroeping van de schenking geen terugwerkende kracht heeft. De rechtbank bevestigt dat de herroeping de oorspronkelijke schenking niet met terugwerkende kracht tenietdoet, waardoor de eerder toegepaste vrijstelling blijft gelden.
Het goedkeurend beleid van de staatssecretaris, dat herroepen schenkingen zonder fiscale motieven kan laten herleven, is hier niet van toepassing omdat de herroeping om fiscale redenen plaatsvond. Het beroep van belanghebbende wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag schenkbelasting blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de gedeeltelijke toepassing van de eigenwoningvrijstelling in 2017 vanwege eerdere vrijstelling in 2009 zonder terugwerkende kracht van herroeping.