Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 mei 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, voormalig brandwacht met een tijdelijke arbeidsovereenkomst, viel op 11 maart 2022 uit wegens fysieke klachten en ontving vanaf 5 januari 2023 een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 23 juni 2023 omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze beëindiging. Uit het medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) bleek dat eiser fysieke beperkingen heeft door een hernia en obesitas, maar dat deze beperkingen niet zodanig zijn dat hij meer dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat er geen aanleiding was voor een aanvullend onderzoek en dat de beperkingen passend waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Eiser voerde aan dat de beperkingen onderschat waren, onder meer op basis van een fysiotherapeutische verklaring, maar de rechtbank hechtte hieraan weinig waarde omdat een fysiotherapeut geen beperkingen vaststelt zoals een verzekeringsarts dat doet. Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigde dat eiser geschikt is voor bepaalde functies die als maatstaf voor de arbeidsongeschiktheid zijn gebruikt.
De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld en dat het UWV terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 23 juni 2023 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.